Depressie in de kraamperiode

Hier vindt u informatie over depressie na de bevalling. Veel vrouwen ervaren somberheid in de kraamperiode, variërend van ‘baby blues’ (lichte stemmingswisselingen) tot evidente stemmingsstoornissen zoals depressie.

Baby blues

De ‘baby blues’ of ‘kraamtranen’ komen bij 30 tot 75% van de moeders voor. Kraamvrouwen hebben dan plotse, kortdurende (minuten tot enkele uren) stemmingsveranderingen, die gepaard gaan met gespannenheid, geïrriteerdheid en huilbuien. Dergelijke klachten treden vaak drie tot vijf dagen na de bevalling op, en komen meer voor bij primipara (vrouw die voor het eerst baart) dan bij multipara (vrouw die meer dan eens heeft gebaard). Deze klachten zijn over het algemeen tijdelijk van aard en verdwijnen snel zonder specifieke maatregelen. Geruststellende en steunende maatregelen zijn over het algemeen voldoende bij ‘kraamtranen’.

Ernstige depressie

Iedereen heeft wel eens in meerdere of mindere mate stemmingswisselingen, zoals een ochtendhumeur. Bij een depressie is de duur van de stemmingsontregeling min of meer continu, de gehele dag, gedurende ongeveer twee weken. De kraamvrouw en haar omgeving reageren vaak gelaten op zo’n sombere stemming, die immers niet past bij de kraamtijd waarin de moeder ‘gelukkig’ hoort te zijn.

Ongeveer 13% van de kraamvrouwen maakt een ernstige depressieve episode door waarbij de stemmingsstoornis langer dan twee weken aanhoudt. Naast typische depressieve klachten zoals somberheid, gebrek aan initiatief, slaapstoornissen en veranderde eetlust, denkt de kraamvrouw vaak geen adequate moeder te kunnen zijn en het kind onvoldoende liefde te kunnen geven. Voorts treden andere kenmerken van depressie op zoals: nergens zin in hebben, concentratiezwakte, gebrek aan eetlust en ’s ochtends tegen de dag opzien. Vaak zijn de vrouwen ook angstig en gespannen.

Symptomen van depressie

Samengevat treden bij een depressie de volgende symptomen op.

Stoornissen in het gevoelsleven

  • Somberheid:
    Er geen gat meer in zien, van de wereld af willen zijn. Gedachten als: ‘Iedereen is beter af als ik er niet meer ben’. Alle dingen van de sombere zijde zien. Dit gaat vaak gepaard met schuldgevoelens: ‘De baby huilt veel en dat komt omdat ik een slechte moeder ben’. De schuldgevoelens kunnen zo ernstig worden dat de realiteitstoetsing geheel verloren gaat; dan ontstaat een psychose (zie ook paragraaf Psychose).
  • Angstige gespannenheid:
    Ongedurig zijn, voortdurend moeten rondlopen, niet stil kunnen zitten, opgejaagd voelen tot paniek toe. Deze klachten kunnen soms de gevoelens van somberheid overheersen.

Stoornissen in het denken

  • Patiënten hebben vaak veel moeite met de snelheid van het denken. Het gaat zo traag; ze geven vaak aan dat ze de gedachten ‘uit hun hoofd moeten trekken’.
  • Patiënten kunnen bij ernstige depressies zulke sombere gedachten hebben dat ze echt in de war raken.

Vitale kenmerken

  • Direct bij het wakker worden zonder aanleiding opkijken tegen de morgen en ‘s avonds opgelucht zijn (dagschommeling);
  • Te vroeg ontwaken (doorslaapstoornissen);
  • Geen zin hebben in dingen en onvermogen om te genieten (anhedonie);
  • Geen energie (fut) meer hebben;
  • Geen concentratie meer hebben, waardoor het bijvoorbeeld moeilijk is een favoriet tv-programma te volgen;
  • Geen zin meer in seks hebben;
  • Geen eetlust meer hebben, gepaard gaande met gewichtsvermindering.
  • Stoornissen in het waarnemen

Met name in een depressieve fase hebben veel patiënten last van vage lichamelijke klachten. Omdat ze al zo met hun eigen problemen bezig zijn en zich nauwelijks nog voor iets anders kunnen interesseren, kunnen lichamelijke klachten overbelicht worden; alsof ze onder een vergrootglas worden gehouden. De arts kan dan vaak geen lichamelijke oorzaak voor de klacht vinden, wat door de patiënt vaak als een afwijzing wordt gevoeld. Ook deze gevoelens kunnen op een gegeven moment elke relatie met de realiteit verliezen (zie verder onder Psychose). Patiënten in zo’n depressieve fase hebben daardoor niet alleen moeite om met zichzelf om te gaan, maar ook om met de baby om te gaan.