Antipsychotica
Over het gebruik van haloperidol (Haldol) gedurende de zwangerschap is veel bekend; er zijn geen aanwijzingen dat dit een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen geeft.
Wat betreft nieuwere antipsychotica is er nog minder onderzoek gedaan, maar de onderzoeken die gedaan zijn, laten gunstige resultaten zien.
Wij adviseren wel om gedurende een zwangerschap waarin een nieuwer antipsychoticum gebruikt wordt de groei van de baby goed te vervolgen.
Hieronder staat verdere informatie over antipsychotica en zwangerschap.
Moderne antipsychotica en zwangerschap
Voor de behandeling van schizofrenie en bipolaire stoornis wordt steeds meer gebruik gemaakt van de moderne antipsychotica, zogenaamde atypische antipsychotica ((bijvoorbeeld Zyprexa (olanzapine), Risperdal (risperidon) en Seroquel (quetiapine)). Omdat deze stoornissen voornamelijk op de leeftijd ontstaan dat vrouwen ook een kinderwens hebben, is het de vraag of deze medicijnen veilig tijdens de zwangerschap kunnen worden gebruikt .
In tegenstelling tot de klassieke antipsychotica is van moderne antipsychotica nog niet veel bekend over eventuele bijwerkingen op het ongeboren kind bij gebruik gedurende zwangerschap. Op basis van de nu beschikbare informatie lijkt er ook bij de moderne antipsychotica geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen te zijn. De nu volgende recente artikelen geven overzichten van onderzoek gedaan naar effecten van antipsychotica op zwangere vrouwen en hun (ongeboren) kind1-3.
Newport et al: Atypical antipsychotic administration during late pregnancy: placental passage and obstetrical outcomes. American Journal of Psychiatry 2007
Naar aanleiding van de beperkte hoeveelheid kennis over de doorlaatbaarheid van de placenta (moederkoek) voor antipsychotica, vergeleken de onderzoekers bij de bevalling van 50 zwangeren die antipsychotica gebruikten gedurende de zwangerschap de hoeveelheid medicatie in het bloed van moeder met de hoeveelheid medicatie in het navelstrengbloed. Hieruit kwam naar voren dat er binnen de groep antipsychotica verschillen bestaan tussen de hoeveelheid medicatie die de placenta passeert en dus bij het ongeboren kind aankomt.
Conclusie:
Verschillende antipsychotica komen in verschillende mate bij de foetus aan. Indien een arts een modern antipsychotica wil voorschrijven aan een vrouw met een kinderwens of al bestaande zwangerschap, dan doet hij er goed aan deze eigenschappen mee te laten wegen in zijn keuze voor een bepaald type antipsychoticum.
Diav-Citrin et al: Safety of haloperidol and penfluridol in pregnancy: a multicenter, prospective, controlled study. Journal of Clinical Psychiatry 2005
Omdat er slechts weinig studies zijn gedaan naar de veiligheid van het gebruik klassieke antipsychotica tijdens de zwangerschap en de kans op aangeboren afwijkingen, besloten de auteurs van dit artikel onderzoek te doen in een groep zwangeren die butyrophenonen (Haldol, Penfluridol) gebruikten.
De onderzoekers voerden een groot onderzoek uit op basis van informatie uit het bestand van het Europees Netwerk van bijwerkingencentra. Ze vergeleken hierin zwangeren die gedurende de zwangerschap haloperidol of penfluridol gebruikten (n = 215) met een groep zwangeren die medicatie gebruikten die onschadelijk is bevonden (n = 631). Men vergeleek de volgende uitkomsten van de zwangerschap: het aantal ernstige aangeboren afwijkingen, miskramen, abortussen, in de buik overleden kinderen, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen en vroeggeboortes, de zwangerschapsduur bij geboorte en het geboortegewicht.
In de groep van pasgeborenen die waren blootgesteld aan haloperidol of penfluridol werd geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen gevonden in vergelijking met een controlegroep van moeders die geen medicatie gebruikten tijdens de zwangerschap.
Wel vond men in de haloperidol-/penfluridolgroep twee keer zoveel vroeggeboortes in vergelijking met de controlegroep. Men kon aan de hand van deze studie echter niet bepalen of dit hoger aantal vroeggeboortes het effect was van de medicatie of van de onderliggende stoornis van de moeders (psychose, schizofrenie of depressie). Het aantal miskramen, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen en doodgeboren kinderen was gelijk in beide groepen.
Conclusie:
Het gebruik van haloperidol of penfluridol gedurende de zwangerschap levert geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen op. Uitspraken over een eventueel verhoogde kans op vroeggeboorte kan door verschillen in de twee onderzochte groepen niet betrouwbaar worden gedaan.
Omdat er in de groep van aan typische antipsychotica blootgestelde zwangerschappen wel twee kinderen werden geboren met afwijkingen aan de ledematen adviseren de auteurs een screeningsecho in het eerste trimester van de zwangerschap, waarop de aanleg van in het bijzonder de ledematen wordt gecontroleerd.
McKenna et al. Pregnancy outcome of women using atypical antipsychotic drugs: a prospective comparative study. Journal of Clinical Psychiatry 2005
McKenna en diens collega’s onderzochten 151 moeders die een modern (atypisch) antpsychoticum (olanzapine, risperidon, quetiapine of clozapine) gebruikten tijdens de zwangerschap en vergeleken het geboortegewicht en het aantal aangeboren afwijkingen met een groep van 151 zwangeren die andere, veilige medicatie gebruikten tijdens de zwangerschap.
Ook in deze studie werd geen verhoogd risico gevonden van atypische antipsychotica op aangeboren afwijkingen.
Wel werd een hoger percentage kinderen met een te laag geboortegewicht geboren in de blootgestelde groep (10% tegenover 2% in de controlegroep). Hierbij moet echter een kanttekening geplaatst worden dat andere risicofactoren voor een negatieve zwangerschapsuitkomst (roken tijdens de zwangerschap, alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, ongeplande zwangerschap, laag opleidingsniveau, werkeloosheid) ook meer voorkwamen in de blootgestelde groep.
Conclusie:
Atypische antipsychotica lijken niet te leiden tot meer aangeboren afwijkingen.
Over een eventueel toegenomen risico op laag geboortegewicht kan deze studie geen betrouwbare uitspraak doen, gezien de leefstijlverschillen tussen de onderzochte en de vergelijkingsgroep.
Newham et al. Birth weight of infants after maternal exposure to typical and atypical antipsychotics: prospective comparison study. British Journal of Psychiatry 2008
Bij volwassenen is bekend dat de moderne antipsychotica kunnen leiden tot overgewicht, suikerziekte en een verstoorde vethuishouding. De auteurs van deze kleine studie onderzochten of dit effect zich ook voordoet bij babies van moeders die gedurende de zwangerschap atypische antipsychotica gebruikten. Dit is belangrijk omdat een hoog geboortegewicht een hogere kans geeft op problemen bij de bevalling voor zowel moeder als kind.
In de studie van Newham et al. werden drie groepen pasgeborenen vergeleken: pasgeborenen wiens moeder atypische antipsychotica (25 moeders), typische antipsychotica (45 moeders) of medicatie waarvan bekend is dat ze onschadelijk zijn voor de foetus (38 moeders) gebruikten4.
De pasgeborenen in de groep met moeders die een atypisch antipsychoticum gebruikten hadden vaker (20%) een hoog geboortegewicht dan pasgeborenen uit de groep van moeders die een typisch antipsychoticum hadden gebruikt (2%). Met name olanzapine- of clozapinegebruik leidde tot een hoog geboortegewicht.
Op basis van bovenstaande artikelen is het niet goed mogelijk om een uitspraak te doen over de invloed van atypische antipsychotica op de groei van het ongeboren kind. Twee artikelen van verschillende groepsgrootte geven elkaar tegensprekende conclusies. Wel kunnen de conclusies van het onderzoek van McKenna, waarin een lager geboortegewicht werd gevonden worden gerelativeerd omdat in de groep met laag geboortegewicht ook veel risicofactoren (anders dan antipsychoticagebruik) voor laag geboortegewicht aanwezig waren; Newham vermeldt deze risicofactoren niet in zijn onderzoek.
Algehele conclusies:
Gezien bovenstaande artikelen geeft het gebruik van atypische antipsychotica tijdens de zwangerschap geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen.
Gezien bovenstaande informatie zijn wij van mening dat bij een aanstaande moeder die goed is ingesteld op atypische antipsychotica, niet per se geswitcht hoeft te worden naar een typisch antipsychoticum. Omdat het onduidelijk is wat de invloed van deze medicijnen is op het geboortegewicht, is het van belang gedurende de zwangerschap extra aandacht aan het gewicht van de baby te besteden.
Referenties:
- Newport DJ, Calamaras MR, DeVane CL, Donovan J, Beach AJ, Winn S, Knight BT, Gibson BB, Viguera AC, Owens MJ, Nemeroff CB, Stowe ZN; Atypical antipsychotic administration during late pregnancy: placental passage and obstetrical outcomes. Am J Psychiatry 2007; 164(8): 1214-20
- Diav-Citrin O, Shechtman S, Ornoy S, Arnon J, Schaefer C, Garbis H, Clementi M, Ornoy A; Safety of haloperidol and penfluridol in pregnancy: a multicenter, prospective, controlled study. J Clin Psychiatry 2005; 66: 317-322
- McKenna K, Koren G, Tetelbaum M, Wilton L, Shakir S, Diav-Citrin O, Levinson A, Zipursky RB, Einarson A; Pregnancy outcome of women using atypical antipsychotic drugs: a prospective comparative study. J Clin Psychiatry 2005; 66: 444-449
- Newham JJ, Thomas SH, MacRitchie K, McElhatton PR, McAllister-Williams RH. Birth weight of infants after maternal exposure to typical and atypical antipsychotics: prospective comparison study. Brit J Psychiatry 2008; 192(5): 333-337.