Perfenazine

Onderwerpen

  • De associatie tussen gebruik perfenazine tijdens de zwangerschap en mogelijke toename van aangeboren afwijkingen bij pasgeborene
  • Gebruik van perfenazine tijdens borstvoeding

Achtergrond

Perfenazine is een klassiek antipsychoticum uit de groep fenothiazinen. Het middel wordt naast het behandelen van psychosen ook wel voorgeschreven ter behandeling van woe-deaanvallen. Daarnaast wordt het in zeldzame gevallen voorgeschreven als medicijn te-gen misselijkheid. Er is nog weinig bekend over de gevolgen voor de ongeborene van perfenazinegebruik tijdens de zwangerschap.

Studie

Samenvatting van vier studies, die over dit onderwerp zijn gepubliceerd tot op 15 juni 2010.

Doel

Onderzoeken wat de kans is op aangeboren afwijkingen bij het gebruik van perfenzine tijdens de zwangerschap en of er borstvoeding bij gegeven kan worden.

Methode

Er is samenvatting gemaakt van de 4 beschikbare onderzoeken over deze onderwerpen.

Resultaten

Er werden 4 studies beoordeeld:

  1. In 1958 werd een dubbelblinde placebo gecontroleerde studie uitgevoerd naar het effect van perfenazine tegen baringspijn. 250 Vrouwen kregen één maal 8 mg perfenzine aan het begin van de bevalling ter bestrijding van de baringspijn. Deze groep vrouwen werd vergeleken met 250 vrouwen, die éénmaal een placebo kre-gen. De behandelde groep bleek significant minder pijn te hebben tijdens de be-valling en hadden significant minder aanvullende pijnstilling nodig dan de groep die met placebo behandeld werd. Bij dit onderzoek kwamen geen schadelijke ef-fecten van perfenazine bij moeder noch kind naar voren.
  2. In een prospectieve observationele studie, gepubliceerd in 1976, werden van 1959 tot  1966 in Californië 2521 zwangerschappen vervolgd van vrouwen die in de eerste drie maanden van hun zwangerschap hebben gebruikt. Dit is de groep geneesmiddelen waartoe perfenazine ook behoort. De reden dat deze vrouwen dit middel gebruikten was zwangerschapsmisselijkheid. Kinderen die uit deze zwan-gerschappen werden geboren zijn vervolgd tot een leeftijd van 5 jaar. Dit zelfde is gedaan bij 4353 zwangere vrouwen en hun kinderen die geen fenothiazinen heb-ben gebruikt. Van beide groepen was het  aantal ernstige aangeboren afwijkingen gelijk. Ook was het aantal doodgeborenen en baby’s dat vlak na de bevalling kwam te overlijden in beide groepen gelijk. Het effect van de fenothiazinen op misselijkheid tijdens de zwangerschap wordt overigens niet beschreven.
  3. In een prospectieve cohortstudie, gepubliceerd in 1977, werden van 50.282 vrou-wen hun zwangerschap en pasgeborenen gevolgd. 1309 van deze vrouwen had in de eerste 4 maanden van hun zwangerschap perfenazine gebruikt ( waarvan 403 vrouwen dit in een hoge dosis gebruikten) en 48.973  vrouwen hadden dit medi-cijn niet gebruikt. In de blootgestelde groep was het aantal pasgeborenen met aangeboren afwijkingen even groot als de niet blootgestelde groep. Wanneer meer specifiek werd gekeken naar de verschillende categorieën van aangeboren afwijkingen, bleek bij de blootgestelde groep vaker aangeboren hartafwijkingen naar voren te komen; de aard en ernst van de hartafwijkingen zijn daarbij niet vermeld. Het aantal doodgeborenen en sterftegevallen vlak na de geboorte was in beide groepen gelijk.
  4. In 1990 is een casereport gepubliceerd naar de concentratie van perfenazine in moedermelk. Bij één vrouw, die werd behandeld met tweemaal per dag 12 mg perfenazine en later tweemaal per dag 8 mg., werden concentraties perfenazine gemeten in zowel bloed als moedermelk. Daaruit bleek dat de moedermelk-plasmaratio van perfenazine 0.1% bedroeg. Met andere woorden: 0.1% van de perfenazine concentratie in het bloed, kwam in de moedermelk terecht. Een der-gelijk percentage medicatie in de moedermelk wordt beschouwd als acceptabel.

Bespreking

Sterke punten

Met name het tweede onderzoek is goed opgezet, vanwege de goede vergelijkbaarheid van de twee groepen. Ook zijn de uitkomstparameters helder gedefinieerd en wordt een duidelijk antwoord wordt gegeven op de vooraf opgestelde onderzoeksvraag. Daarnaast vormen beide groepen een goede afspiegeling van die betreffende samenleving, waar-door de toepasbaarheid onze samenleving groot is. Bij één van de studies is ook naar de lange termijn gekeken; kinderen zijn tot een leeftijd van 5 jaar vervolgd.

Zwakke punten

Bij het eerste onderzoek kregen de vrouwen slechts éénmaal perfenazine; dit kan dus niet vergeleken worden met vrouwen die perfenazine herhaaldelijk tijdens (een deel van) de zwangerschap hebben gebruikt. Deze studie is derhalve niet relevant. Bij het tweede onderzoek werden sterk aan perfenazine verwante medicijnen onderzocht, maar niet per-fenazine zelf. Bij het derde onderzoek staat niet beschreven of de aan medicatie blootge-stelde groep en de niet blootgestelde groep vergelijkbaar zijn qua factoren als leeftijd, ras, sociale status, reden voor medicatiegebruik en aantal zwangerschappen in de voor-geschiedenis. Bij het vierde onderzoek naar het gehalte perfenazine in de borstvoeding, zijn gegevens bekend van slechts één vrouw.

Conclusie

Twee van de bovenbeschreven onderzoeken geven informatie over de kans op aangebo-ren afwijkingen bij perfenazinegebruik tijdens de zwangerschap. Dit is een beperkte hoe-veelheid informatie. Hieruit komt naar voren dat het aantal ernstige aangeborgen afwij-kingen niet toeneemt. Er zijn wel aanwijzingen op een significante toename in aangebo-ren hartafwijkingen na blootstelling aan perfenazine. Er zijn echter te weinig gegevens beschikbaar over perfenazinegebruik tijdens de borstvoeding.

Standpunt POP

  • Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogde kans op ernstige aangeboren afwij-kingen, vroeggeboorte of een laag geboortegewicht ten opzichte van een normale populatie. Wel zijn er aanwijzingen, dat bij perfenazinegebruik de kans op een aangeboren hartafwijking toeneemt; het is niet zeker of het gaat om milde hart-afwijkingen. De hoeveelheid onderzoek is echter beperkt. Daarom wordt aangera-den om perfenazinegebruik tijdens de zwangerschap te staken of te switchen naar een bekender en veiliger middel, zoals haloperidol.
  • Gegevens over perfenazine en lactatie zijn beperkt tot 1 case report. Omdat er slechts gegevens zijn van één persoon, wordt borstvoeding bij het gebruik van perfenazine afgeraden.

Referenties

  1. Harer, WB: Tranquilizers in obstetricsand gynaecology. Obstet Gynecol 1958;11: 273-9.
  2. Milkovich, L., van den Berg, B.J.: An evaluation of the theratogenicity of certain antinausant drugs. Am J. Obstet Gynaecol 1976; 125:244-248.
  3. Slone, D et al: Antenatal exposure to the phenothiazines in relation to congenital malformations, perinatal mortality rate, birth weight and intelligence quotient score. Am J obstet Gynecol 1977; 128: 486-8.
  4. Olesen OV et al: Perphenazine in breast milk and serum. Am  J Psych1990; 147: 1378-9.