Reactie op ‘duizend wegen naar autisme’

In het artikel ‘duizend wegen naar autisme’ door Sander Voormolen (7 juni 2014), worden de factoren die bepalen of iemand al dan niet autisme ontwikkelt gepresenteerd in een overzicht. Zowel genetische (nature) als omgevingsfactoren (nurture) komen hierbij aan bod. Er wordt gesuggereerd dat er een overzicht wordt getoond van recent gepubliceerde literatuur.

De door Sander Voormoolen gesuggereerde relatie tussen het gebruik van antidepressiva door de moeder tijdens zwangerschap en het ontwikkelen van autisme op de kinderleeftijd is onjuist. Hierover zijn onlangs twee grote observationele studies gepubliceerd, namelijk die van Croen et al. (gepubliceerd in Archives of General Psychiatrie in 2011) en van Hviid et al. (gepubliceerd in the New England Journal of Medicine in 2013 ). De eerste studie concludeert dat het aantal gevallen van autisme spectrum stoornissen dat door blootstelling aan antidepressiva wordt veroorzaakt kleiner is dan drie procent. Met een aantal belangrijke beïnvloeders op een mogelijke relatie tussen antidepressivagebruik in de zwangerschap en autisme bij het kind werd echter geen rekening gehouden. Dit werd wel gedaan door de onderzoeksgroep van Hviid. Dit onderzoek toont aan dat er helemaal geen verhoogd risico is.
De stelling in uw artikel dat antidepressivagebruik bij moeder een verhoogd risico geeft op autisme in de kinderjaren is dus veel te kort door de bocht, en tendentieus. Onbehandelde depressie tijdens zwangerschap brengt risico’s met zich mee voor zowel moeder als kind. Suggereren dat de jonge moeder door antidepressivagebruik bij haar kind autisme kan bevorderen veroorzaakt onnodig schuldgevoelens.

drs. RM Olieman(aios psychiatrie), dr. JMB Wennink(kinderarts), prof. dr. A Honig(psychiater). POP-poli St. Lucas Andreas Ziekenhuis Amsterdam. www.poppoli.nl.

Reactie van Sander Voormolen

Hartelijk dank voor uw ingezonden brief naar aanleiding van mijn stuk over de oorzaken van autisme.

U wijst erop dat het verband tussen het slikken van ssri’s tijdens de zwangerschap en autisme niet bikkelhard is. Ik denk dat u daarin tot op zekere hoogte gelijk heeft, verschillende onderzoeken spreken elkaar tegen, maar er verschijnen tegelijkertijd nog steeds nieuwe onderzoeken, waaruit wel een verband blijkt, althans voor jongens (zie bijvoorbeeld http://pediatrics.aappublications.org/content/early/2014/04/09/peds.2013-3406.abstract) .

Uw stelling dat er GEEN verband is tussen ssri’s en autisme is dus kennelijk ook niet bikkelhard.

Natuurlijk kunnen er goede medische redenen zijn om het gebruik van ssri’s tijdens de zwangerschap niet te staken. Maar uiteindelijk moeten alle risico’s voor gezondheid van moeder en kind tegen elkaar worden afgewogen.

Met vriendelijke groet,

Sander Voormolen
Medisch redacteur
NRC Handelsblad

Reactie Pop-poli

In het artikel dat dhr Voormolen noemt, wordt in het gehele cohort geen associatie gevonden tussen SSRI-gebruik van de moeder in de zwangerschap en autisme op de kinderleeftijd. Wel komt naar voren dat jongens mogelijk een verhoogd risico zouden lopen op het ontwikkelen van autisme als de moeder SSRI’s gebruikt, met name in het eerste trimester van de zwangerschap. In dit artikel is echter niet voldoende gecorrigeerd voor genetische factoren (autisme bij moeder, vader of broertjes/zusjes). Dit bemoeilijkt de interpretatie van de resultaten van dit artikel. De stelling van dhr Voormolen in zijn artikel (“Een moeder die tijdens haar zwangerschap antidepressiva slikt, heeft meer kans op een autistisch kind”) is naar onze mening dus nog steeds te kort door de bocht.