Kans op bloeding bij bevalling door antidepressiva weegt niet op tegen risico’s stoppen

Het bericht dat alle antidepressiva zorgen voor ernstig bloedverlies bij bevallingen heeft tot een storm van vragen geleid bij de POP-poli, het expertise- en behandelcentrum voor zwangere vrouwen en kraamvrouwen met een psychiatrische aandoening van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. Psychiater Adriaan Honig: ‘Vrouwen zijn ongerust en vragen zich af of ze wel door moeten gaan met slikken van hun medicatie. Het antwoord is ‘ja’, de kans op een dergelijke bloeding is 1 tot 1,5 %. De gevolgen van stoppen met medicatie zijn vaak veel ernstiger voor moeder en kind.’

De POP-poli is een samenwerking tussen psychiater Honig, kinderarts Hanneke Wennink en gynaecoloog Petra Bakker. Honig: ‘Er is meestal een goede indicatie om deze medicijnen voor te schrijven. Dat gebeurt niet zo maar.’ Gynaecoloog Petra Bakker van de POP-poli onderschrijft dit. ‘Helaas is er geen risicovrije keuze. Er is inderdaad een kleine kans op een bloeding tijdens de bevalling, daar moeten verloskundigen en gynaecologen alert op zijn. Deze bloedingen zijn echter vaak goed onder controle te krijgen. De risico’s wegen dan ook niet op tegen de gevolgen van het staken van medicatie voor moeder én kind.’

Kans op prematuur of leerproblemen

Het stoppen met antidepressiva, waarna depressieve – en angstklachten weer terugkomen tijdens de zwangerschap betekent een grotere kans op een te vroeg geboren of onvolgroeid kind. Depressieve vrouwen kunnen bovendien na de bevalling vaak moeilijker contact maken met hun baby. Kinderarts Wennink: ‘Als de vroege binding tussen moeder en kind niet goed gaat, heeft het kind tot 4 keer meer kans op een gedrag- en/of leerprobleem op zijn vijfde.’

Het team van de POP-poli raadt verloskundige en gynaecologen aan alert te zijn op mogelijke bloedingen tijdens de bevallingen wanneer een vrouw antidepressiva slikt. ‘Maar’, voegt Honig toe,‘het is van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt tussen het wel of niet slikken. Professionele begeleiding is daarbij onmisbaar.’