Antidepressiva en autisme stoornis: Is er een verband?

Antidepressant Use During Pregnancy and Childhood Autism Spectrum Disorders. Croen L.A. Grether J.K. et al. Arch Gen Psychiatry. 6 juli 2011 

Onderwerp/doel:

De relatie tussen blootstelling van de foetus aan antidepressiva tijdens de zwangerschap en het ontwikkelen van een autismespectrumstoornis.

Achtergrond:

Een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis welke zich presenteert op kinderleeftijd en wordt gekarakteriseerd door beperkingen in sociale interactie en communicatie en door stereotiep gedrag. De oorzaak van autisme is grotendeels genetisch.

Het voorkomen van ASS neemt toe de laatste jaren. Dit is grotendeels te verklaren door veranderde diagnostische standaarden, een groter zorgaanbod en een grotere bewustwording. Daarnaast spelen omgevingsfactoren zeer waarschijnlijk een grotere rol. Er zijn onderzoeken die aantonen dat disregulatie in de hersenontwikkeling tijdens de zwangerschap of in de eerste periode na de geboorte van invloed zijn.

Ook het gebruik van antidepressiva, met name Selective Serotonine Reuptake Inhibitors (SSRI’s), welke de placenta passeren, neemt de laatste jaren toe.

De auteurs vragen zich daarom af of er een relatie bestaat tussen blootstelling aan antidepressiva tijdens de zwangerschap en het ontwikkelen van ASS.

Studie:

Population-based case-control studie (patiënten worden vergeleken met een ‘gezonde’ controlegroep)

Methoden:

Patiënten werden geselecteerd vanuit de database van een grote gezondheidsorganisatie in noord Californië. Deze gezondheidsorganisatie biedt zorg aan 3.2 miljoen inwoners van Californie. Mensen met de laagste en hoogste inkomens zijn niet aangesloten bij deze gezondheidsorganisatie.

Alle kinderen geboren tussen januari 1995 en juni 1999 en vanaf geboorte tot en met in ieder geval het 2e levensjaar aangesloten bij de gezondheidsorganisatie werden geincludeerd (n=88163).

Op basis van de ICD9-CM (classificatiesysteem voor medische aandoeningen) werden kinderen met een autismespectrum stoornis tussen januari 1995 en november 2002 geincludeerd als patiëntengroep (N=420).

De controlegroep bestond uit 5 kinderen zonder ASS per 1 patiënt met ASS (n=2100).

Vervolgens werd er geïnventariseerd of de moeders van de kinderen in de patiënten en controlegroep in de eerste 3 maanden voor zwangerschap of tijdens zwangerschap antidepressiva hadden gebruikt. Wanneer er in deze periode een recept was uitgeschreven en opgehaald werd er aangenomen dat moeder tijdens de duur van het recept blootgesteld was. Antidepressiva werden geclassificeerd als SSRI’s, duaal werkende antidepressiva en Tricyclische Antidepresiva (TCA’s).

Tevens werd er gekeken naar een eventuele psychiatrische diagnose bij moeder in het verleden.

Resultaten:

In totaal werden er 298 kinderen met ASS en 1507 controlekinderen geincludeerd.

20 moeders van kinderen uit de patiëntengroep (6.7%) en 50 moeders van kinderen uit de controlegroep (3.3%) hadden antidepressiva gebruikt in het jaar voorafgaand aan de geboorte van hun kind. De meerderheid gebruikte een SSRI.

De groep moeders van kinderen met ASS en de groep moeders van de controle kinderen verschilden op sommige kenmerken van elkaar, zoals leeftijd tijdens de bevalling. Nadat hiervoor was gecorrigeerd kwam naar voren dat moeders die SSRI’s hadden gebruikt tijdens de zwangerschap een meer dan 2x zo grote kans hadden op een kind met ASS. Wanneer er alleen gekeken werd naar de groep vrouwen die een ander soort antidepressiva gebruikte (duaal werkend antidepressivum of TCA) (5 moeders uit de patiëntengroep en 16 uit de controlegroep) was er geen significant verhoogd risico op ASS.

Met name wanneer het recept in de 3 maanden voor bevruchting of tijdens het 1e trimester van de zwangerschap was uitgeschreven was er een verhoogd risico op ASS. Wanneer het recept tijdens het 2e of 3e trimester was uitgeschreven was er geen significant verhoogd risico op ASS.

Er werd gecorrigeerd voor de diagnose depressie of een andere psychiatrische diagnose tijdens het jaar voor de bevalling. Er bleef een significant verhoogd risico op ASS na SSRI blootstelling.

Ook werd er gekeken of moeders van kinderen met ASS die een SSRI hadden gebruikt tijdens de zwangerschap een ernstiger psychiatrisch beeld hadden dan moeders van controle patiënten die geen SSRI hadden gebruikt. Er bleek geen significant verschil te zijn.

Bespreking:

Sterke punten:

– Prospectieve opzet

– Groot aantal geincludeerde patienten

– Er werd gecorrigeerd voor een aantal psychiatrische ziekten bij moeder

 

Minder sterke punten:

– Beide essentiële uitkomstmaten (psychiatrische diagnoses en medicatiegebruik) zijn geen harde onderzoeksmaten. De psychiatrische diagnoses zijn niet gebaseerd op gestructureerd diagnostische interviews en medicatiegebruik is afgeleid uit het innen van een recept. Dit maakt dat de uitkomsten van dit onderzoek moeilijk te interpreteren zijn, want kloppen de diagnoses wel en is de onderzochte medicatie wel ingenomen?

– Er werd niet gekeken naar ander medicatiegebruik of intoxicaties (alcohol/drugs/roken) tijdens de zwangerschap. Mogelijk hebben deze middelen ook effect op ASS.

– Er werd niet gekeken naar het voorkomen van ASS bij moeder vader of andere familieleden. Aangezien ASS grotendeels een genetische oorzaak heeft, is dit essentieel.

– Er wordt gesuggereerd dat SSRI blootstelling ASS kan veroorzaken (oorzakelijk verband). Door de opzet van deze studie is het echter uitsluitend mogelijk om te spreken van een mogelijke associatie tussen SSRI blootstelling en ASS maar niet van een oorzakelijk verband.

Conclusie:

Uit deze studie komt naar voren dat blootstelling aan SSRI’s tijdens de zwangerschap, met name tijdens het eerste trimester een kleine stijging van het risico op een autismesprectrumstoornis (ASS) bij het nageslacht geeft. De auteurs concluderen dat het aantal gevallen van ASS wat door blootstelling aan antidepressiva wordt veroorzaakt <3% is en daarom waarschijnlijk geen grote risicofactor is.

Gezien de opzet van de studie en het feit dat ASS grotendeels een genetische oorzaak heeft en er niet werd gecorrigeerd voor het voorkomen van autisme bij moeder, vader danwel andere familieleden, moeten de resultaten met grote terughoudendheid worden geïnterpreteerd.

Als de uitkomsten van deze studie worden bevestigd door meer gedegen onderzoek dan blijft een voornaam aandachtspunt dat het mogelijke risico moet worden afgewogen tegen het risico voor moeder en kind wanneer psychiatrische stoornissen zoals een depressie tijdens de zwangerschap niet worden behandeld.