Depressiviteit en uitkomst zwangerschap (ABCD studie)

Maternal Depressive Symptoms in Relation to Perinatal Mortality and Morbidity: Results From a Large Multiethnic Cohort Study. Goedhart G. Snijders A.C., Hesselink A.E. et al. Psychosomatic Medicine 2010.

Onderwerp

Heeft depressiviteit tijdens de zwangerschap invloed op de zwangerschapsuitkomst?

Achtergrond

Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat depressie invloed heeft op het ongeboren kind. Er worden een verhoogd risico op vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht en een lage Apgar score beschreven. Deels zijn deze complicaties te verklaren doordat vrouwen met een depressie meer stresshormonen zoals Cortisol aanmaken, wat een negatief effect op het ongeboren kind kan hebben.
Daarnaast is er sprake van verhoogd risicogedrag bij zwangeren met een depressie. Depressieve vrouwen roken bijvoorbeeld vaker tijdens de zwangerschap. Roken heeft op zichzelf een negatieve invloed op de zwangerschapsuitkomst. De studies zijn echter zeer verschillend met betrekking tot definities en studiegroepen en daardoor moeilijk met elkaar te vergelijken. Een dergelijke grote studie waarin tevens naar etniciteit werd gekeken werd eerder nog niet verricht.

Studie

Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) studie.

Doel

1. Zijn symptomen van depressie tijdens de zwangerschap geassocieerd met:

a. Vroeggeboorte (gedefinieerd als geboorte tussen 24 weken en 36+6 weken zwanger-schap)
b. Een te laag geboortegewicht in verhouding met de zwangerschapsduur (onder 10e per-centiel)
c. Een lage Apgarscore (maat voor de algemene toestand van de pasgeborene kort na de bevalling. In deze studie gedefinieerd als <7, 5 minuten na geboorte)
d. Overlijden van de foetus/pasgeborene (waaronder miskramen, doodgeboorte en over-lijden 0-7 dagen na de bevalling)

2. Heeft roken invloed op de zwangerschapsuitkomst?

3. Zijn er verschillen in de zwangerschapsuitkomst tussen moeders met een verschillende etniciteit?

Methode

Tussen januari 2003 en maart 2004 werden alle zwangere vrouwen in Amsterdam tijdens het eerste verloskundige bezoek uitgenodigd mee te doen aan de ABCD studie. Er werden 12.737 vrouwen be-naderd.
Er werd hen verzocht een vragenlijst in te vullen met vragen over de sociaal-economische status, le-vensstijl en (psychosociale) gezondheid. Daarnaast werden symptomen van depressie uitgevraagd met de ‘Center for Epidemiologic Studies Depression scale’ (CES-D). Deze vragenlijst is ontwikkeld om depressieve symptomen te meten in de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst.. De lijst identificeert geen klinische of chronische depressie. De scores correleren echter goed met klinische beoordeling; een score van 16 of hoger definieert hoogrisico groepen en mogelijke gevallen van klini-sche depressie.
Zowel de vragenlijst als CES-D lijst werden in verschillende talen aangeboden.

Gegevens over de zwangerschap en zwangerschapsuitkomst werden verkregen via de jeugdgezond-heidszorg registratie, Nederlandse perinatale registratie en er werd aanvullende informatie verkregen via ouders en hulpverleners.

Resultaten

8266 vrouwen vulden de vragenlijst in (respons 67%). In verband met het uitsluiten van meerlingen-zwangerschappen bestond de studiegroep ui 8050 vrouwen.
30.6% van de zwangeren rapporteerden een hoge mate van depressieve symptomen. Deze vrouwen waren significant jonger, hadden vaker meerdere kinderen en waren minder hoog opgeleid vergeleken met vrouwen die lage depressieve symptomen rapporteerden. Ook was het BMI (Body Mass Index) vóór de zwangerschap, het gebruik van sigaretten en drugs tijdens de zwangerschap significant hoger bij zwangeren met een hoge mate van depressieve symptomen. Het gebruik van alcohol was echter hoger onder vrouwen met lage depressieve symptomen.
Het percentage zwangeren met hoge mate van depressieve symptomen onder Nederlandse vrouwen was 22%, onder Creoolse vrouwen 42,8%, onder Turkse vrouwen 55.7%, onder Marokkaanse vrou-wen 42.0% en in andere niet-Nederlandse groepen 35.6%.

Zwangerschapscomplicaties:
a. Bij 5.4% van de kinderen was er sprake van vroeggeboorte.
b. Bij 12.3% van de kinderen was er sprake van een te licht geboortegewicht.
c. Bij 1.5% van de kinderen was er sprake van een lage apgarscore.
d. Bij 1.4% van de kinderen was er sprake van overlijden van de foetus/pasgeborene.
Deze vier complicaties komen significant vaker voor onder vrouwen met depressieve symptomen.

Na correctie voor leeftijd van moeder, pariteit (aantal geboortes), educatie, etniciteit, BMI, hyperten-sie, alcohol en drug gebruik en roken is een hoge mate van symptomen van depressie bij de moeder geassocieerd met een te licht geboortegewicht, een lage Apgar score, maar niet met vroeggeboorte of overlijden van de foetus/pasgeborene.

Roken tijdens de zwangerschap heeft op zichzelf invloed op het voorkomen van vroeggeboorte en een lager geboortegewicht.
Wanneer er echter wordt gecorrigeerd voor het effect van roken blijft er een significant verband tussen een hoge mate van depressieve symptomen bij de moeder, een licht geboortegewicht en een lage Ap-garscore. Er is dan echter geen significant verband meer aantoonbaar tussen een hoge mate van symp-tomen van depressie bij de moeder en vroeggeboorte en overlijden van de foetus/pasgeborene.

Er werd geen significant verschil gezien in het risico op complicaties tussen zwangeren met een ver-schillende etniciteit. De associatie tussen hoge versus lage mate van symptomen van depressie met de zwangerschapsuitkomst was echter wel sterker bij Creoolse vrouwen vergeleken met andere etnische groepen. Dit lijkt te maken te hebben met vasculaire karakteristieken van donkere versus blanke men-sen.

In de onderzoeksgroep gebruikte 0.8% van de vrouwen antidepressiva tijdens de zwangerschap. Anti-depressiva gebruik werd vaker gerapporteerd door vrouwen met hoge mate van symptomen van de-pressie en Nederlandse vrouwen. Er werden echter geen significante associaties geobserveerd tussen antidepressiva en de zwangerschapsuitkomst.

Bespreking

Sterke punten:

  • Grote Nederlandse studie
  • Community-based, prospectie
  • Er wordt gecorrigeerd voor confounders als roken en sociaal-economische factoren
  • Tevens gekeken naar de invloed van ethniciteit.

Zwakke punten:

  • Depressie werd alleen in het eerste trimester gemeten
  • Het artikel gaat niet verder in op de verklaring voor het verband tussen hoge mate van symptomen van depressie en de zwangerschapsuitkomst; verder onderzoek is aangewezen om deze relatie verder te onderzoeken.

Conclusie

Een hoge mate van symptomen van depressie gedurende het eerste trimester van de zwangerschap heeft invloed op de zwangerschapsuitkomst. Het risico op een te laag geboortegewicht en een lage Apgar score is verhoogd, ook na correctie voor de invloed van roken, leeftijd van moeder, pariteit, educatie, etniciteit, BMI, hypertensie, alcohol en druggebruik.
Er werd geen significant verschil gezien in het risico op complicaties tussen zwangeren met een ver-schillende etniciteit.