Hebben interventies bij moeders met een postnatale depressie invloed op de interactie tussen moeder en kind, en op de cognitieve ontwikkeling van het kind?

In onderzoek naar de behandeling van postnatale depressie is tot nu toe vooral gekeken naar de effecten op de moeder. De laatste jaren is ook onderzoek gedaan naar het effect van interventies op de interactie tussen moeder en kind en op de cognitieve ontwikkeling van laatstgenoemde. Wat heeft dat onderzoek opgeleverd?

Uitkomsten

De onderzochte interventies waren allemaal gericht op de moeder-kind relatie maar vaak ook op de depressie van de moeder. Ze verschilden inhoudelijk en qua opzet nogal van elkaar, net als de gehanteerde uitkomstmaten en de duur van de follow-up. Meta-analyses waren daarom niet mogelijk. In alle studies waarin onderzoek was gedaan naar het effect van de behandeling op de moeder-kind interactie bleek dit effect positief. Van de studies naar het effect op de cognitieve ontwikkeling van het kind, daarentegen, constateerde slechts één studie (naar een zeer intensieve en langdurige therapie) positieve effecten op deze ontwikkeling. De beide andere studies, naar minder ingrijpende interventies, vertoonden geen effect op de cognitieve ontwikkeling. De depressieve gevoelens van de moeders verminderden in alle studies. Of dit mogelijk het effect op het kind verklaart, werd niet onderzocht.

Conclusie

Behandelingen van postnatale depressie waarin aandacht wordt besteed aan de interactie tussen moeder en kind, hebben daar waarschijnlijk een positieve invloed op. De effecten op de cognitieve ontwikkeling van het kind zijn nog onvoldoende onderzocht

Download het in MGV gepubliceerde artikel